• Home
  • Over ons
    • Ons verhaal
    • Historiek
    • In beeld
  • Partners
  • Jobs
  • Nederlands
  • Français
Login / Register
Sign inInloggen/registreren

Wachtwoord vergeten?

  • Nederlands
  • Français
  • Oplossingen
    • Hemelwater management

      Hemelwater management

      Het belang van hemelwatermanagement neemt door de veranderende klimaatomstandigheden voortdurend toe. Hevige regenval in kortere en langere periodes van droogte zorgen er voor dat het grondwater steeds moeilijker raakt aangevuld.

      Het water heeft niet meer voldoende tijd om in de grond te dringen. Dit zorgt voor meer periodes met waterschaarste enerzijds en overstromingen anderzijds.

      Lees meer

      Ons aanbod

      Hemelwaterbuffering

      Hemelwaterfiltering

      Hemelwaterhergebruik

      Infiltratie

      Vertraagd afvoeren

      Pompputten

      Lijnafwatering

      Zuivering afstromend hemelwater

      Gecombineerde hemelwateroplossingen

      Voor vragen of verdere inlichtingen kunt u terecht op het nummer +32 (0)11 68 00 92 of via e-mail op info@ecobeton.be.

    • Huishoudelijk afvalwater

      Huishoudelijk afvalwater

      Sommige gebouwen liggen te ver voor aansluiting op de riolering, en ook in de toekomst komt daar geen riolering. Ze zijn aangeduid als individueel te optimaliseren buitengebied, waarbij de eigenaar zelf het huishoudelijk afvalwater moet zuiveren. Indien een aansluiting toch mogelijk is, kan de gemeente een voorbezinker of septische put verplichten.

      Huishoudelijk afvalwater uit bijvoorbeeld een industriële keuken moet eerst door een vetafscheider. Mogelijke oplossingen zijn IBA’s, kleine waterzuiveringsinstallaties, vetafscheiders, pompputten, micro- en ultrafiltratie met UV-behandeling, en systemen voor telemetrie en foutopvolging.

      Lees meer

      Ons aanbod

      Anaeroob
      • septische tanks
      • septische tanks 'alle waters'
      • voorbezinkers
      • vetafscheiders huishoudelijk gebruik
      • vetafscheiders industrieel gebruik type VVDG
      • vetafscheiders industrieel gebruik type DIOL
      • zetmeelafscheiders type DIAMYL
      Aeroob
      • Ecopure Compact BENOR
      • Biofixe BENOR
      • Ecopure Compact geaggregeerd 1 kuip
      • Ecopure Compact geaggregeerd 2 kuipen
      • Biofixe geaggregeerd 1 kuip
      • Biofixe geaggregeerd 2 kuipen
      • Q-Fyt BENOR
      Waterzuivering: KWZI Pompputten
      Voor vragen of verdere inlichtingen kunt u terecht op het nummer +32 (0)11 68 00 92 of via e-mail op info@ecobeton.be.
    • Industrieel afvalwater

      Industrieel afvalwater

      Een doordacht afvalwaterbeheer is cruciaal voor een duurzame en efficiënte exploitatie van industriële sites. Wij ondersteunen industriële klanten bij het analyseren en optimaliseren van hun watergebruik.

      Hiervoor bieden we o.a. mechanische voorzuivering, vetafscheiders, beschermende coatings voor buffers, filtratietechnieken om waterverbruik te beperken, zuivering van melkafvalwater, op maat gemaakte pompputten en meet- en regelsystemen.

      Lees meer

      Ons aanbod

      Slibvangers

      Olieafscheiders

      Korrelafscheider

      Meetapparatuur

      Mestopslagtanks

      First-flush

      Pompputten

      Afsluiters

      Voor vragen of verdere inlichtingen kunt u terecht op het nummer +32 (0)11 68 00 92 of via e-mail op info@ecobeton.be.

    • Stedelijke inrichting

      Stedelijke inrichting

      Door de toenemende verstedelijking moeten wij er alles aan doen om onze steden gezelliger en vooral leefbaarder te maken.

      Hiervoor beschikken we over een uniek gamma van hoogabsorberende geluidschermen voor geluidsreductie langs autowegen, treinstations en industriële sites, eigentijds stadsmeubilair en waterpartijen, ondergrondse wortelbescherming van bomen waardoor de steden duurzamer groen blijven en inrichting van begraafplaatsen met respect voor onze overledenen.

      Lees meer

      Ons aanbod

      Hoogwaardige prefab voet- en fietspaden

      Geluidswanden

      Stedelijk meubilair

      Inrichting begraafplaatsen

      Voor vragen of verdere inlichtingen kunt u terecht op het nummer +32 (0)11 68 00 92 of via e-mail op info@ecobeton.be.

    • Services

      Services

      In de loop van onze geschiedenis, die teruggaat tot 1910, zijn we geëvolueerd van een ambachtelijke fabrikant tot een industriële fabrikant en uiteindelijk tot een integrale dienstverlener. Laat je ontzorgen door onze ruime waaier van diensten.

      Lees meer

      Onze services in een notendop

      Regionale depots

      Interne en externe opleidingen

      Dimensionering op maat & technisch advies

      Logistieke ondersteuning

      Onderhoudsdienst met VCA-gecertificeerde techniekers

      Werfondersteuning

      Aarzel niet om ons vrijblijvend te contacteren met verdere vragen en/of voor verdere inlichtingen op het nummer +32 (0)11 70 28 65 of via e-mail op services@ecobeton.be.

    • Alle oplossingen
  • Catalogi
  • Nieuws
  • Neem contact op
Menu
Login / Register
Home Hemelwater Infiltratie van hemelwater ZADI – bovengrondse buffering en infiltratie

ZADI – bovengrondse buffering en infiltratie

De GSVH vraagt om een infiltratievoorziening die regenwater opvangt en langzaam laat infiltreren in de bodem om wateroverlast te voorkomen. Een wadi of infiltratiekom is niet altijd haalbaar of wenselijk is. Onze ingenieuze bovengrondse buffer- en infiltratieoplossing biedt heel wat voordelen:

  • afscherming met plexi-plaat:
    • ongedierte & muggen blijven in de voorziening
    • kinderen kunnen er niet in vallen
  • 49 cm diep
  • geen modderpoel
  • mooi weggewerkt achter haag of achter plantjes die voorzien worden in het systeem
  • duurzame oplossing
  • nagenoeg onderhoudsvrij
  • afmetingen blijven behouden, dus infiltratie- oppervlakte & infiltratievolume blijven gegarandeerd
  • zeer beperkte grondinname
  • eenvoudig inspecteerbaar
  • geen verstoppingsgevoelig geotextiel nodig tegen de wand

Meer info?

Deze oplossing dient te worden gedimensioneerd conform de werfkarakteristieken.
Gelieve voor artikelbeschrijvingen, technische details en prijsinformatie contact op te nemen op het nummer +32 (0)11 68 00 92 of via e-mail op info@ecobeton.be.

  • Beschrijving
  • Technische info
  • Technische documentatie
Beschrijving
Artikelnr Benaming Lengte [m] Breedte [m] Hoogte [m] Gewicht [kg] Infiltratie volume [L] Infiltratie oppervlakte [m²]
028013001 Zadi 5,00 1,02 0,62 (0,12) 2088 4563 11,12
028013101 Zadi-Z 5,00 1,02 0,62 (0,12) 2233 4210 11,12

 

Trefwoorden: infiltratie, infiltratiesysteem, regenwater infiltreren, conform GSVH en omzendbrief OMG/2025/02, bovengrondse infiltratie, plug&play wadi, plantenbak, galva rooster, zadi, bodem

Technische info
Technische documentatie

Veelgestelde vragen

Antwoord niet gevonden? Neem dan gerust contact op. We helpen u graag verder met deskundig advies op maat van uw project.

Wat is het verschil tussen een Zadi en een klassieke wadi?

De Zadi is een robuust alternatief voor de wadi met dezelfde technische infiltratie-eigenschappen. Integendeel tot de wadi is de Zadi een prefab betonnen element dat ingebouwd wordt in het terrein. Zowel voor de Zadi en de wadi geldt dezelfde wetgeving voor bovengrondse infiltratie opgenomen in de laatste versie van de GSVH2023 en het bijhorende technisch achtergronddocument.

De Zadi is opgebouwd uit een onderste gedeelte dat bestaat uit poreus beton, een bovenkader vervaardigd uit egaal zelfverdichtend beton, eventueel een bloembak en roestvrij stalen roosters. De onderkant voorziet de infiltrerende werking van de installatie, hier dringt het water in de bodem. De bovenkader wordt boven het maaiveld geplaatst en geeft een mooie, strakke uitstraling.

Doordat de Zadi als bouwelement kan geïntegreerd worden in de tuin, neemt het ook een element van design met zich mee. Het ontwerp van de (tuin)architect kan hier mooi rekening mee houden waardoor de impact op het ontwerp beperkt wordt.

Een veelvoorkomend probleem bij natuurlijke bovengrondse infiltratievoorzieningen is het dichten en kortsluiten van de voorziening na de keuring van de privériolering. Hierdoor wordt het effect van het infiltreren op eigen grond tenietgedaan en zal dit op lange termijn een invloed hebben op de omgeving en de grondwaterstanden. De Zadi kentert dit probleem doordat het een massieve, niet-verwijderbare oplossing is die eveneens makkelijk te inspecteren is.

Op de Zadi zijn verwijderbare, roestvrij stalen roosters geplaatst die gemakkelijk te demonteren zijn. Dit laat een gemakkelijke inspectie toe van de binnenzijde van de voorziening. Ook kan er langs deze zijde eenvoudig een reiniging uitgevoerd worden. Volgens de omzendbrief OMG/2025/02 is de Zadi dan ook een open alsook bovengrondse infiltratievoorziening.

De roosters dragen ook bij aan het veiligheidsaspect van de installatie aangezien deze voor een afsluiting zorgen en er geen valgevaar meer is. Er is eveneens een afsluiting met plexiglas voorzien aan de onderzijde van de roosters voor het tegengaan van insecten en ongedierte bij stilstaand water.

Wat is het verschil tussen de Zadi en de Zadi-Z?

Zoals aangehaald in vraag 1 beschikt de standaard Zadi over een bloembak. De Zadi-Z is daarentegen de versie zonder bloembak. De bloembak wordt dan vervangen door platen van glad zelfverdichtend beton. Zo blijft de keuze bestaan in het uitzicht van de infiltratievoorziening en kan dit opnieuw gunstig zijn voor het ontwerp van de tuin.

Bij de standaardversie kan er bijvoorbeeld een riet geplaatst worden in de bloembak waardoor het effect van een haag gecreëerd wordt terwijl de Zadi-Z eerder voor een strak minimalistisch design zorgt.

Dit laat ook toe om meerdere infiltratievoorzieningen in dwarsrichting naast elkaar te plaatsen waarbij enkel de buitenste installatie over een bloembak beschikt. Let hier wel op dat er voldoende afstand bestaat tussen de verschillende installaties (zie ook vraag 18).

Bijkomend is ook het infiltratievolume van de Zadi-Z lichtjes groter dan de standaard Zadi aangezien de bloembak in dit geval geen ruimte inneemt (zie vraag 21).

Mag er een niet natuurlijke bovengrondse infiltratievoorziening aangelegd worden?

Het antwoord is ja. Zoals aangehaald in het technisch achtergronddocument van de GSVH23 geniet een natuurlijke infiltratievoorziening de voorkeur, maar een ander type voorziening mag ook steeds geplaatst worden.

Volgens de omzendbrief OMG/2025/02 moet de vergunningsverlener zelf ook steeds beargumenteren waarom een gunning niet werd verleend waarbij het natuurlijk karakter van de infiltratievoorziening geen geldige reden is.

Hoe moeten de toevoer- en afvoerleidingen voorzien worden?

De toevoerleiding wordt ter plaatse in de kopse kant van de Zadi geboord op de gewenste hoogte. De afvoerleiding wordt eveneens geboord op gewenste hoogte, in functie van de leidinghoogtes van het project.

Om het maximaal infiltratievolume en infiltratieoppervlak te benutten kan er gewerkt worden met een L-stuk voor de uitgang van de Zadi. Laat deze zo hoog mogelijk in de infiltratievoorziening zoals aangegeven op onderstaande afbeelding.

Opmerking: net zoals andere bovengrondse infiltratievoorzieningen kan dit een risico geven op overstroming stroomopwaarts in de keten. Meet zeker de maaiveldniveaus na van de voorzieningen die voor de Zadi zijn geschakeld. Zorg ervoor dat de overloop lager ligt dan deze niveaus als het terrein niet blank mag staan.

Klopt het dat de aansluitingen (in en uit) voor de regenwaterleiding niet aangeduid staan op de technische fiche?

Dit klopt inderdaad. We laten het boren van de in- en uitvoerleidingen over aan de plaatser zelf aangezien de leidingdieptes voor elk project anders zijn. Op deze manier kan de Zadi altijd toegepast worden waar bovengrondse infiltratie mogelijk is.

Liggen de roosters in een L-profiel?

De roosters worden in een inox kader gelegd dat wordt verwerkt in het open gedeelte van de infiltratievoorziening, tussen de poreuze bloembak en het buitenkader uit zelfverdichtend beton.

Mag de bovenzijde van de Zadi (bovenzijde opzetstuk) samenvallen met de bovenzijde van de aanpalende verharding?

Neen, de inbouwdiepte van de Zadi is gedimensioneerd met behulp van Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening 2023 (GSVH23). Doordat het bodempeil zich exact op 50cm bevindt ten opzichte van het maaiveld, mag de bodem meegeteld worden in het infiltratieoppervlak.

Als de bovenrand gelijk wordt gelegd met het maaiveld, zal de bodemdiepte lager dan 50cm liggen en is bovenstaande niet meer van toepassing.

De onderzijde van het kader uit zelfverdichtend beton moet dus steeds gelijkliggen met het maaiveld zoals aangegeven op onderstaande afbeelding.

Zijn het uiteindelijke buffervolume en de infiltratie-oppervlakte afhankelijk van het niveau van de overloop naar de straatriolering?

Natuurlijk, net zoals bij alle bovengrondse infiltratievoorzieningen is het nuttige infiltratieoppervlak afhankelijk van de hoogte van de overloop. Zie het antwoord in vraag 4 en 5 voor de optimale aansluitingen op de Zadi.

Welke leiding moet er gebruikt worden voor het aansluiten van de invoer en de overloop?

De Zadi wordt veelal gebruikt voor particuliere woningen waarbij een leidingdiameter van 110mm wordt gebruikt. Er kan een grotere leidingdiameter nodig zijn wanneer het afstromend oppervlak ook groter is. Dit wordt bepaald door het studiebureau en is afhankelijk van het debiet dat door de leiding kan gaan.

Kan er voor de Zadi een regenwaterput geplaatst worden met bladvang?

Net zoals bij alle bovengrondse infiltratievoorzieningen kan er inderdaad een regenwaterput met bladfilter geplaatst worden voor de voorziening. Het grootste aandachtspunt hierbij is de inbouwdiepte van de filter en het leidingwerk.

Voor de goede werking van een filter is er een verval nodig tussen in- en uitgang. Hierdoor komt het leidingwerk iets dieper te liggen waardoor ook de aansluiting op de ingang van de infiltratievoorziening dieper ligt (afhankelijk van het maaiveld).

Waarom gaat het over een bovengrondse infiltratievoorziening en niet over een ondergrondse?

De Zadi wordt beschouwd als een bovengrondse infiltratievoorziening en niet als een ondergrondse, omdat de infiltratie van het hemelwater plaatsvindt via een zichtbaar en toegankelijk horizontaal oppervlak. Bij dit type voorziening infiltreert de neerslag of het aangevoerde hemelwater rechtstreeks vanuit het maaiveld in de onderliggende bodem, zonder tussenkomst van een afgesloten of permanent ondergronds constructie-element.

Overeenkomstig de definities en uitgangspunten uit het achtergronddocument en de bijhorende regelgeving inzake hemelwaterbeheer, wordt een bovengrondse infiltratievoorziening gekenmerkt door de directe interactie tussen water en bodem via een open of visueel waarneembaar infiltratieoppervlak.

Daarnaast sluit deze interpretatie aan bij de bepalingen uit de omzendbrief, waarin expliciet wordt verwezen naar het gebruik van verwijderbare constructies. Het feit dat de constructieve elementen niet permanent zijn en eenvoudig kunnen worden verwijderd, versterkt het bovengrondse karakter van de voorziening en waarborgt tegelijk inspecteerbaarheid, onderhoud en visuele controle van het infiltratieoppervlak.

Ten slotte wordt deze benadering bevestigd door de gangbare interpretaties binnen de sector. Zowel de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), VLARIO als AquaFlanders erkennen dergelijke oplossingen als bovengrondse infiltratievoorzieningen. Deze kwalificatie kan desgevallend steeds worden afgestemd of bevestigd.

Hoe wordt de Zadi getransporteerd?

De ZADI wordt getransporteerd en gemanipuleerd met behulp van kogelkopankers die voorzien zijn aan de zijkanten van de installatie. Deze ankers zijn ontworpen voor veilig hijsen en verplaatsen en laten toe de voorziening gecontroleerd te laden, te lossen en te positioneren op de werf.

Voor het hijsen worden compatibele hijsklauwen gebruikt, die afgestemd zijn op het type en de draagcapaciteit van de kogelkopankers. Deze hijsklauwen zijn standaard beschikbaar bij lokale verhuurmaatschappijen voor bouwmaterieel, waardoor geen specifiek maatwerk of gespecialiseerde apparatuur vereist is.

Het transport, hijsen en plaatsen van de ZADI dient steeds te gebeuren conform de geldende plaatsingsvoorschriften. Deze voorschriften bepalen onder meer de correcte bevestiging van de hijsmiddelen, de toegelaten hijshoeken, de volgorde van handelingen en de veiligheidsmaatregelen die tijdens de manipulatie moeten worden nageleefd. Door deze richtlijnen strikt te volgen wordt zowel de structurele integriteit van de installatie als de veiligheid op de werf gewaarborgd.

Wordt de infiltratievoorziening niet afgesloten door de plexi-roosters?

De infiltratievoorziening wordt niet afgesloten door de toepassing van plexi-roosters. Deze roosters vormen geen permanente of waterdichte afsluiting van het infiltratieoppervlak, maar functioneren uitsluitend als afneembaar afdekelement met het oog op veiligheid, gebruikscomfort en bescherming.

Conform de bepalingen en interpretaties van omzendbrief OMG/2025/02 blijft een voorziening met dergelijke afneembare roosters gekwalificeerd als een bovengrondse en open infiltratievoorziening. Doorslaggevend hierbij is dat het infiltratieoppervlak visueel en functioneel toegankelijk blijft en dat de roosters eenvoudig kunnen worden verwijderd voor inspectie, onderhoud of controle.

Waarom is de diepte van de Zadi beperkt?

De diepte van de ZADI is bewust beperkt in functie van de geldende bepalingen van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening Hemelwater (GSVH 2023) en het bijhorende technisch achtergronddocument. Deze verordening hanteert een maximale diepte van 50 cm voor bovengrondse infiltratievoorzieningen waarvoor het bodemoppervlak van voorziening in rekening gebracht mag worden als effectieve infiltratieoppervlakte.

Dit verhoogt de hydraulische efficiëntie van de voorziening en vereenvoudigt tegelijk de dimensionering, aangezien geen onderscheid moet worden gemaakt tussen actieve en niet-actieve infiltratiezones.

Daarnaast impliceert het beperken van de diepte tot maximaal 50 cm dat er geen bijkomende grondwaterpeilingen of verkennende onderzoeken naar de grondwaterstand vereist zijn. De voorziening bevindt zich volledig binnen de ondiepe bodemlaag, waardoor het risico op interferentie met het grondwaterpeil uitgesloten of verwaarloosbaar is in de zin van de regelgeving.

Wordt de Zadi rechtstreeks in de bodem geplaatst?

De ZADI wordt in principe rechtstreeks op de natuurlijke bodem geplaatst, op voorwaarde dat deze bodem voldoende draagkrachtig is. In dat geval kan de infiltratievoorziening zonder bijkomende funderingslaag worden opgesteld, waarbij een stabiele en gelijkmatige ondersteuning van de constructie wordt gegarandeerd.

Indien de ondergrond onvoldoende draagkrachtig is, wordt de ZADI geplaatst op een egaliserende en stabiliserende laag in waterdoorlatende fundering. Deze laag zorgt voor een verbeterde lastverdeling en voorkomt zettingen of ongelijkmatige belasting van de infiltratievoorziening.

Het gebruik van een geotextiel is afhankelijk van de configuratie van de installatie. Bij een plaatsing zonder booster is geen geotextiel vereist. De porositeit van het poreuze beton waaruit de ZADI is opgebouwd, is in dat geval voldoende klein om het binnendringen en uitspoelen van omliggende bodemdeeltjes te verhinderen, terwijl een efficiënte waterinfiltratie behouden blijft.

Wanneer echter een booster wordt toegepast is het aanbrengen van een geotextiel wel noodzakelijk. De porositeit van de Argex-korrels en de tussenliggende open ruimten is relatief groot, waardoor zonder scheidingslaag het risico bestaat op uitspoeling en migratie van fijne bodemdeeltjes. Het geotextiel fungeert in dit geval als filter- en scheidingslaag, zodat de stabiliteit van de ondergrond en de goede werking van de infiltratievoorziening op lange termijn worden gewaarborgd.

Het gebruik van geotextiel brengt echter het risico op vervuiling met microplastics in de bodem met zich mee. Zeker als het geotextiel reeds is blootgesteld aan UV-licht, degradeert het en ontstaan er microplastics. We adviseren dus het gebruik van geotextiel te minimaliseren en de oplossing uit omgevingsneutraal beton te gebruiken en de boosteroplossing minimaal in te zetten.

Is er een bodemverbetering nodig?

Er is geen bodemverbetering vereist voor de plaatsing en werking van de ZADI.

Bij de dimensionering van de infiltratievoorziening, met name voor de berekening van de infiltratieoppervlakten en infiltratievolumes, dient echter steeds rekening te worden gehouden met de bodemkwaliteit. De onderliggende bodem vormt immers de bepalende en limiterende factor voor de infiltratiesnelheid van het systeem.

Het poreuze betonelement van de ZADI beschikt over een zeer hoge waterdoorlatendheid, die groter is dan die van zelfs de best doorlatende natuurlijke bodems. Conform PTV 111 kan het infiltratievermogen van de voorziening daarom nooit groter zijn dan het infiltratievermogen van de aanwezige bodem. De hydraulische prestaties van het systeem worden in de praktijk dus begrensd door de doorlatendheid van de bodem en niet door het poreuze materiaal van de ZADI zelf.

Bijgevolg volstaat het om bij het ontwerp en de dimensionering uit te gaan van de gemeten of veronderstelde bodemdoorlatendheid, zonder dat bijkomende bodemverbeterende maatregelen noodzakelijk zijn.

Zijn meerdere Zadi’s te koppelen aan elkaar?

Meerdere ZADI’s kunnen onderling worden gekoppeld binnen één infiltratieconcept. Bij het ontwerp en de plaatsing wordt evenwel aanbevolen om een tussenafstand van minimaal 50 cm te voorzien tussen afzonderlijke installaties.

Deze tussenafstand is in overeenstemming met de bepalingen van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening Hemelwater 2023 (GSVH 2023). Conform deze verordening moet de afstand tussen infiltratievoorzieningen minstens gelijk zijn aan de hoogte van het infiltrerende gedeelte, zodat de respectieve infiltratieoppervlakten volledig in rekening mogen worden gebracht bij de dimensionering. Wanneer voorzieningen te dicht bij elkaar worden geplaatst, kunnen hun infiltratiezones elkaar hydraulisch beïnvloeden, waardoor de effectieve infiltratiecapaciteit vermindert.

Daarnaast draagt het aanhouden van voldoende afstand bij tot het vermijden van bodemverdichting tussen de voorzieningen. Indien ZADI’s te dicht bij elkaar worden opgesteld, bestaat het risico dat de bodemstructuur lokaal wordt samengedrukt, wat de doorlatendheid van de bodem negatief beïnvloedt en de werking van de infiltratievoorziening op lange termijn kan reduceren.

Deze regel is niet alleen van toepassing in de dwarsrichting, maar geldt eveneens in de lengterichting van de installaties.

Hoe moet de Zadi ingetekend worden?

De ZADI dient op plannen en in vergunningsdossiers te worden ingetekend als een bovengrondse infiltratievoorziening, waarbij de relevante technische eigenschappen expliciet worden vermeld. Dit omvat onder meer het infiltratievolume, de effectieve infiltratieoppervlakte, de maximale diepte en eventuele aanvullende technische parameters die relevant zijn voor de beoordeling conform de hemelwaterregelgeving.

In bovenaanzicht wordt de ZADI weergegeven als een rechthoekige voorziening, waarbij de afmetingen duidelijk worden aangeduid zodat het infiltratieoppervlak ondubbelzinnig kan worden afgeleid.

Daarnaast wordt een doorsnede voorzien tot maximaal 50 cm onder het maaiveld, overeenkomstig de bepalingen voor bovengrondse infiltratievoorzieningen. In deze doorsnede wordt de bovenrand in zelfverdichtend beton weergegeven, die circa 12 cm boven het maaiveld uitsteekt. Deze opstaande rand verduidelijkt zowel de constructieve opbouw als het bovengrondse karakter van de infiltratievoorziening en is essentieel voor een correcte interpretatie door de vergunningverlenende overheid.

Waarom zou ik een Zadi verkiezen boven een Wadi?

Het verkiezen van een ZADI boven een klassieke WADI biedt zowel ontwerptechnische, functionele als operationele voordelen.

Vanuit ontwerpstandpunt is een ZADI eenvoudig en discreet te integreren in het ontwerp van de tuin- of landschapsarchitect. In tegenstelling tot een WADI, die doorgaans een uitgesproken reliëf en aanzienlijke ruimte-inname vereist, heeft een ZADI een compact en strak profiel met een beperkte visuele en ruimtelijke impact. Hierdoor blijft de bruikbare buitenruimte maximaal behouden en kan het ontwerp verfijnd en multifunctioneel worden uitgewerkt.

Daarnaast biedt de ZADI diverse technische en veiligheidsvoordelen. Door de beperkte diepte en de gecontroleerde opbouw is het risico op valgevaar of langdurige waterophoping minimaal. De voorziening is goed toegankelijk voor inspectie en onderhoud, wat de bedrijfszekerheid en de duurzaamheid van het systeem ten goede komt. Ook qua uitvoering en plaatsing is de ZADI minder gevoelig voor fouten en variaties in terreinprofiel dan een WADI.

Een belangrijk bijkomend voordeel is de permanentie en controleerbaarheid van de ZADI. In de praktijk worden WADI’s na de keuring van de private riolering vaker kortgesloten of ingedamd, waardoor het hemelwater alsnog rechtstreeks wordt afgevoerd en geen infiltratie op eigen terrein meer plaatsvindt. In dergelijke gevallen wordt het oorspronkelijke doel van de infiltratievoorziening volledig ondergraven.

De ZADI daarentegen is een vaste, niet-verwijderbare constructieve voorziening die blijvend in werking blijft. Dankzij de open en zichtbare opbouw kan de werking eenvoudig worden gecontroleerd en kan niet ongemerkt worden ingegrepen in het systeem. Dit biedt zowel voor de bouwheer als voor de vergunningverlenende overheid een hogere mate van zekerheid dat de infiltratie effectief en duurzaam op eigen terrein gebeurt.

Kan een zadi dichtslibben en hoe kan ik dit vermijden/onderhouden?

Net zoals bij alle bovengrondse infiltratievoorzieningen treedt na verloop van tijd slibvorming op aan het infiltrerend oppervlak. Deze sliblaag ontstaat door de aanvoer van fijne deeltjes via het hemelwater en kan het infiltrerend vermogen van de voorziening geleidelijk verminderen.

Om deze impact te beperken, is een adequate voorbehandeling van het aangevoerde water essentieel. Een voorfilter zorgt voor het afvangen van grove en zwevende delen, terwijl een regenwaterput bijkomend fungeert als slibvang, waardoor de belasting van de infiltratievoorziening aanzienlijk wordt gereduceerd.

Bij een klassieke wadi infiltreert het water rechtstreeks via de bodem, waardoor na verloop van tijd een verzadiging en dichtslibbing van de toplaag optreedt. Dit proces wordt vaak versterkt door bijkomende aanvoer van slib via oppervlakkige afstroming uit omliggend terrein. Onderhoud is in dergelijke systemen beperkt mogelijk, waardoor de infiltratiecapaciteit moeilijk te herstellen is. Bovendien is de effectieve infiltratietoestand van een wadi doorgaans moeilijk in te schatten en wordt een verminderde werking vaak pas vastgesteld bij zichtbare waterstagnatie. In veel gevallen is uiteindelijk een afgraving en vervanging van de toplaag noodzakelijk.

De ZADI biedt op dit vlak belangrijke voordelen. De verstopping situeert zich hoofdzakelijk aan het oppervlak, waardoor deze zichtbaar, controleerbaar en beheersbaar blijft. Bovendien wordt enkel voorbehandeld hemelwater aangevoerd, afkomstig van een voorfilter en regenwaterput, wat de slibbelasting aanzienlijk beperkt.

Dankzij de open en toegankelijke opbouw is de toestand van de voorziening eenvoudig visueel te inspecteren, onder meer op:

  • verstopping van het oppervlak
  • slibophoping
  • waterstagnatie

De infiltratievoorziening is bovendien goed toegankelijk via afneembare roosters, waardoor onderhoud en reiniging efficiënt kunnen worden uitgevoerd.

De werking van de ZADI wordt verder ondersteund door de specifieke poriënstructuur van het poreuze beton. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen:

  • een primaire sliblaag ter hoogte van het oppervlak,
  • een secundaire slibopvang in de onderliggende poriënstructuur, waarbij een tweede laag van betongranulaten fungeert als bijkomende filter die fijnere deeltjes tegenhoudt.

Onder invloed van horizontale waterdruk kan een deeltje van deze fijnere slibfractie opnieuw naar het oppervlak migreren, waar ze bij onderhoud kan worden verwijderd. Dit mechanisme draagt bij tot het behoud van de infiltratiecapaciteit op langere termijn.

Om een duurzame en optimale werking te garanderen, is periodiek onderhoud noodzakelijk. Hierbij gelden volgende richtlijnen:

  • maandelijkse controle van de voorfilter, met reiniging indien nodig
  • maandelijkse visuele inspectie van de infiltratievoorziening
  • minimaal jaarlijkse controle van de infiltratiecapaciteit
    • Vul de infiltratievoorziening bij droog weer met een volume water en controleer als deze leegloopt
  • Bij verminderde infiltratieprestaties:
    • Reiniging van het infiltratieoppervlak met een hogedrukreiniger volgens de voorschriften van de leverancier
    • gecombineerd met een waterstofzuiger voor het verwijderen van de sliblaag
  • verhoogde onderhoudsfrequentie (bv. halfjaarlijks) bij hoge slibbelasting of bij afwezigheid van adequate voorbehandeling
  • controle na uitzonderlijke omstandigheden, zoals hevige neerslag (waterbom) of defecten aan voorbehandelingssystemen

Ten slotte dienen de plaatsingsvoorschriften strikt te worden nageleefd om een goede werking te waarborgen. Hierbij is bijzondere aandacht vereist voor:

  • de bodemstructuur en doorlatendheid
  • de correcte toepassing van een voorfilter
  • de aanwezigheid en dimensionering van een regenwaterput
Hoe werd het volume bepaald van de Zadi?

Het volume van de Zadi kan opgedeeld worden in drie delen: het intern open volume, het volume in het poreuze gedeelte en het volume ingenomen door de bloembak. Voor de berekeningen van het volume en het infiltratieoppervlak werd steeds rekening gehouden met de inbouwdiepte van maximaal 50cm. Het volume en de oppervlakte onder deze grens werden niet meegenomen.

Het interne open volume is gemakkelijk te bereken door interne breedte te vermenigvuldigen met de interne hoogte en interne lengte (1). Dit komt neer op een volume van 2,231 m³.

Voor het volume dat opgevangen wordt in het poreuze gedeelte wordt rekening gehouden met een porositeit van 10% van poreus beton (1). Voor 100L poreus beton komt dus overeen met bergingsvolume van 10L hemelwater. Hiervoor berekenen we het volume van de wanden uit poreus beton en vermenigvuldigen met factor 0,10 om de porositeit in rekening te brengen. Dit komt neer op een volume van 0,324 m³.

Ten slotte neemt de bloembak ook een volume in beslag hetgeen in mindering gebracht moet worden van het totaal volume. De bloembak zelf bestaat ook uit poreus dus hier moeten we opnieuw rekening houden. Nu gebruiken we de factor 0,90 aangezien het volume aan beton in mindering gebracht moet worden. Dit komt neer op een volume van 0,467 m³.

In totaal bekomen we dus een volume van 2,231m² + 0,324m³ - 0,467m³ = 2,088m³

  • De hoogte tot aan de bovenkant van de kader uit zelfverdichtend beton werd gebruikt. De Zadi kan tot hier gevuld worden als deze op een lagergelegen punt wordt geplaatst op het terrein.
  • 10% porositeit is een onderschatting (standaard tussen 10% en 35%)
Kan ik extra Argex toevoegen om het benodigde infilatratievolume te bekomen?

Het is technisch mogelijk om extra Argex toe te voegen bovenop de standaard boosterlaag om het vereiste infiltratievolume van de ZADI te bereiken. Deze maatregel is echter niet efficiënt, aangezien er grote hoeveelheden Argex nodig zijn om een relatief klein bijkomend volume te verkrijgen, en de kosten en uitvoeringsinspanning snel toenemen. De porositeit van Argex bedraagt ongeveer 43%, waardoor slechts een deel van het toegevoegde materiaal daadwerkelijk bijdraagt aan het infiltratievolume.

Extra Argex kan wel worden toegepast in situaties waar het infiltratievolume net niet volledig wordt gehaald door de standaardopbouw. In dat geval functioneert het als een aanvullend bergingsvolume, zonder dat de fundamentele werking van de ZADI of de infiltratiecapaciteit substantieel verandert. De infiltratieoppervlakte blijft vrijwel onveranderd.

Rekenvoorbeeld:

  • Vereist infiltratievolume: 4.400 L
  • Bereikt volume met standaard ZADI : 4.176 L
  • Tekort: 224 L

Aangezien de effectieve porositeit van Argex 43% is, wordt het benodigde volume Argex berekend als:

Bij de toepassing van extra Argex dient een minimale dekking van 21 cm over de laag behouden te blijven, zodat er voldoende ruimte is voor begroeiing en om de stabiliteit van het oppervlak te garanderen.

Door deze aanpak kan het infiltratievolume correct worden aangevuld, terwijl de ZADI-functionering, toegankelijkheid en hydraulische prestaties behouden blijven. Het is dus een pragmatische oplossing voor kleine tekorten, maar geen kostenefficiënte methode voor significante volumevergroting.

Zoals aangehaald in vraag 16 is er voor het gebruik van de booster met argexkorrels een geotextiel noodzakelijk. Dit brengt het risico op vervuiling met microplastics met zich mee. We adviseren dus het gebruik van geotextiel te minimaliseren en de oplossing uit klimaat-neutraal beton te gebruiken.

Is de Zadi een open infiltratievoorziening?

De ZADI wordt beschouwd als een open, bovengrondse infiltratievoorziening. Dit blijft het geval, zelfs wanneer wordt gekozen voor een uitvoering waarbij onder de roosters plexiglas wordt aangebracht. Volgens de geldende omzendbrief OMG/2025/0 behoudt een infiltratievoorziening haar bovengrondse karakter wanneer zij wordt afgedekt met een eenvoudig verwijderbare constructie. Een dergelijke afdekking vormt geen permanente afsluiting van de voorziening.

Draagt een Zadi niet bij aan het hitte-eiland effect?

Het hitte-eilandeffect is een fenomeen waarbij stedelijke gebieden aanzienlijk hogere temperaturen ontwikkelen dan hun landelijke omgeving. Dit effect ontstaat door een combinatie van verschillende factoren die typisch zijn voor een sterk verstedelijkte omgeving.

De belangrijkste oorzaak is de grote aanwezigheid van verhardingen zoals asfalt en gebouwen. Deze materialen nemen overdag warmte op en geven deze vertraagd opnieuw af, waardoor de omgeving sterk opwarmt. Tegelijk gaat door de verharding een groot deel van de natuurlijke vochtopslagcapaciteit van de bodem verloren. Hierdoor vermindert ook de natuurlijke verkoeling via verdamping en infiltratie van water.

Daarnaast zorgen hoge gebouwen voor een beperking van de natuurlijke ventilatie en luchtcirculatie in stedelijke omgevingen. Warmte blijft hierdoor langer tussen de bebouwing hangen. Ook menselijke activiteiten, zoals verkeer, industrie, airconditioning en energieverbruik, dragen bijkomend bij aan de opwarming.

De ZADI dient in dit kader net als een instrument voor lokale waterberging en infiltratie. Door hemelwater tijdelijk op te slaan en gecontroleerd te laten infiltreren, wordt water opnieuw in de bodem gebracht in plaats van versneld afgevoerd via riolering. Hierdoor wordt de natuurlijke waterhuishouding gedeeltelijk hersteld en wordt verdamping vanuit de bodem opnieuw mogelijk gemaakt.

Bovendien wordt de ZADI maximaal ongeveer 50 cm onder het maaiveld geïntegreerd, waardoor het opgeslagen water zich in direct contact bevindt met de koelere ondergrond. Dit creëert lokaal een bijkomend verkoelend effect ten opzichte van volledig verharde oppervlakken.

De zichtbare oppervlakte van een ZADI is bovendien zeer beperkt in verhouding tot de omliggende asfaltverhardingen, bestratingen en gebouwen die de dominante bijdrage leveren aan het hitte-eilandeffect. De impact van de ZADI zelf op de warmteopbouw is daardoor verwaarloosbaar.

Integendeel, door de combinatie van waterberging, infiltratie en ondersteuning van verdamping draagt de ZADI net bij aan het beperken van de effecten van stedelijke opwarming. De voorziening moet daarom niet beschouwd worden als een versterkende factor van het hitte-eilandeffect, maar eerder als een onderdeel van een klimaatrobuuste inrichting die helpt om dit effect lokaal tegen te gaan.

Inschrijving nieuwsbrief

Ontvang al het nieuws in uw mailbox




    volg ons op sociale media

    Sint-Truiden

    • Hasseltsesteenweg 119
      3800 Sint-Truiden
    • +32 (0)11 68 00 92
    • info@eco-beton.be

    Ohey

    • Rue Taille Guerry 330
      5350 Ohey
    • +32 (0)4 252 88 28
    • info@eco-beton.be

    Kortrijk

    • Visserskaai 26
      8500 Kortrijk
    • +32 (0)56 23 07 19
    • kortrijk@eco-beton.be
    © 2026 Ecobeton | website by PDH Consulting
    Cookiebeleid - Privacybeleid - Disclaimer - Algemene voorwaarden
    Sluiten
    • Menu
    • Oplossingen
    • Over onze oplossingen
    • Hemelwater management
    • Huishoudelijk afvalwater
    • Industrieel afvalwater
    • Stedelijke inrichting
    • Services
    • Home
    • Nieuws
    • Catalogi
    • Over ons
      • Ons verhaal
      • Historiek
      • In beeld
    • Partners
    • Jobs
    • Neem contact op
    Wij gebruiken cookies om uw ervaring op onze website te verbeteren. Door deze website te bezoeken, gaat u akkoord met ons gebruik van cookies.
    Aanvaarden
    Menu